|
Onno online
Wessel online
Maria online
Archief
Zeven weken Griekenland
Contact
Follow that page
Webagent mailt u wanneer deze pagina wordt gewijzigd.
Meestal.
Soms niet.
Maar u kunt het altijd proberen.
|
|
2003-01-30
16:48
Tips om uw PC weer snel te maken. 1. Installeer Ad-aware om spyware te verwijderen. Spyware bezorgt u tonnen spam en legt beslag op processor en geheugen en maakt dus de PC merkbaar trager. 2. Verwijder pictogrammen uit de system tray, dat is het rijtje pictogrammen rechts onderin het scherm, naast de klok. 3. Verwijder programma's die u niet gebruikt: Start -> Instellingen -> Configuratiescherm -> Software. 4. Deze computer -> (C:) -> rechtermuisknop -> Eigenschappen -> Schijf opruimen. 5. Deze computer -> (C:) -> rechtermuisknop -> Eigenschappen -> Extra -> Nu controleren. 6. Verwijder tijdelijke bestanden in Internet Explorer. Extra -> Internet-opties -> Cookies verwijderen & Bestanden verwijderen. 7. Verwijder alle tijdelijke bestanden uit c:\windows\temp en die tijdelijke bestanden uit c:\windows\ die nul bytes groot zijn en op .tmp eindigen. 8. Soms bevriest de PC een halve minuut of langer, en gaat dan weer verder. Zorg dat het aantal mappen (en submappen) in c:\mijn documenten niet groter wordt dan 100. Als het aantal wel hoger wordt, kan het verschijnsel zich voordoen dat de PC een minuutje bevriest na het hernoemen of wissen van een bestand. Heeft u last van dit probleem, verplaats dan alles uit c:\mijn documenten naar een andere map (bijvoorbeeld c:\data), herstart de computer en kijk of het probleem verholpen is. 9. Defragmenteer de harde schijf. Dit kan een tijd duren. Stop eerst zoveel mogelijk programma's. Druk eventueel op Ctrl+Alt+Del om te zien welke processen er nog actief zijn. Start -> Uitvoeren -> defrag /d /details. De parameter /d zorgt ervoor dat ook de swap-file van Windows gedefragmenteerd wordt. 10. Zorg dat je minimaal 256 MB werkgeheugen in je PC hebt.
16:09
Wired waarschuwt voor de toolbar from hell: een ding dat zich zonder uw toestemming installeert, niet meer weg wil, u lastig valt met popup windows en uw systeem instabiel maakt.
2003-01-29
22:00
Recept voor een gebakken eitje Verhit een klontje boter of wat olie in een koekenpan. Breek een ei en doe de inhoud in de pan. Verhit het op een zacht vuurtje een paar minuten totdat het ei niet vloeibaar meer is. Doe het ei op een bord en strooi er naar behoefte een beetje zout en peper op. Wees niet teleurgesteld dat het geen mousaka of boef de bourgignon is. Er is niets mis met slechts een gebakken eitje. Eet smakelijk.
2003-01-20
00:04
Onnoot is onwel "Ik hoef niet meer," zei ik. Normaal houd ik heel erg van Grieks eten, enkele uitzonderingen daargelaten, maar het was net of deze inktvis niet goed bij de gebakken aardappeltjes paste. Ik liet de rest staan. Na de siesta ging het niet goed met mij. Mijn buik deed echt pijn en ik kon weinig aandacht meer opbrengen voor mijn omgeving. Dat ik desondanks toch in de gaten had dat schoonvader mijn voorhoofd voelde en schoonmoeder aanbood om mij een massage te geven, zegt meer over hun goede zorgen dan over mijn oplettendheid. Maria bood mij een kwellende lijst van drankjes en hapjes aan, totdat mijn gezicht zo onherkenbaar was veranderd dat ze begreep dat ik helemaal niets wilde. De nacht was niet veel beter. Er was een kortsluiting in mijn darmen, die alle energie onttrok aan ledematen en brein. Ik kon slapen noch waken en de thermometer gaf iedere keer iets anders aan, en even dacht ik dat het de rondetijden van Marianne Timmer waren. Zo'n buikgriepje had ik al eens gehad in Tsjechië, en ik maakte mij geen zorgen: morgen zou ik weer beter zijn. Van de ochtend herinner ik me dat de zon scheen. Ik was zo moe dat ik me moest vasthouden aan het meubilair, dat daarna door mijn schoonouders geduldig weer overeind gezet werd. Ik zat net op de bank, toen duizend messen in mijn buik staken en de wereld verdween. Mijn bewustzijn was als een geformatteerde harde schijf. Hoe lang het duurde weet ik niet. Ik kwam voor twee minuten half terug, met als hoogtepunt een innige relatie met een kopje kamillethee. Toen vertrok ik weer. Ik fietste zonder fiets boven de straten van het dorp. Ik zweefde boven de provinciale weg als een van de berg Profitis Ilias opgestegen parapenter, internationale vrachtwagens onder mij voorbij latend. Ik zweefde over de kleine heuvels in de vallei van Konitsa, de kleine heuvels die aan Zuid-Limburg doen denken, ware er niet het uitzicht dat ze bieden op tweeduizend meter hoge reuzen van sneeuwbedekte graniet. Ik landde midden in de wildernis voor een klein natuurstenen kerkje, maar de houten deur gaf niet mee onder mijn zwakke duw. Gelukkig was de koster zo vriendelijk geweest om de sleutel aan een spijker naast de deur te hangen. Wie zou er nou op zo'n afgelegen plek een kerk bouwen? Ik zweefde langs eeuwenoude muren met halfvergane schilderingen, terug naar buiten, langs een beekje van de heuvel af naar het volgende kerkje dat een stuk kleiner was. Daarvan zat de deur slechts met een ijzerdraadje dicht dus ook daar kreeg ik toegang. Op het versleten gordijn voor het altaar lag een muis, die kennelijk nog nooit een zwevende buikpijn gezien had en onmiddelijk wegschoot. Ik verliet het kerkje, zwevend naar het volgende kerkje, nog kleiner dan de vorige twee, maar helaas was hier de deur toch echt gesloten, zo gesloten als mijn inwendige. De zon scheen met een koud bleek licht terwijl regendruppels door mijn gezicht heen vielen. Ik zweefde de lucht in en zag daar een vierde kerkje, zo klein als een luciferdoosje, met een heel klein sleuteltje dat naast de deur hing. Mijn bewustzijn was zo klein geworden als dat sleuteltje. Ik wist dat mijn huid doodsbleek was geworden, mijn huid was langzaam aan het verdampen en mijn botten lagen in een kist naast een roze kunstgebit, maar dat klopte niet want mijn buik was er nog steeds, dat ene punt van slechts 1 millimeter dat wel een zwart gat leek dat nu het centrum van alle bewustzijn was geworden, zoals ook de melkweg om een zwart gat draait. En als dat zwarte gat nu goed werkte; maar nee hoor, het zwarte metalen onding was in het midden gebroken, dus nu zou ik naar de zwarte gatenmaker moeten om mijn buik te repareren. En dat kon wel eens een probleem worden, want zwarte gatenmakers zijn er natuurlijk niet in Griekenland, en als ze er wel zijn wachten ze de hele dag op onderdelen uit Ioannina, die net na sluitingstijd arriveren, waardoor ik weer een nacht met een kapotte darmflora opgescheept zit; maar nacht was het niet, want dit licht was wel koud maar niet zwak, dus ik zweefde naar de zon door een lange tunnel en verwachtte aan het eind van de tunnel een warm gastvrij paradijs te vinden, waar verwante zielen mijn komst reikhalzend verwachten, waar de landschappen de aardse schoonheid overtreffen, waar een allesomvattend gevoel van liefde de harten vult, maar mijn bewustzijn was één geheel geworden met mijn buik en de pijn liet mij niet gaan. En er was nog iets anders dat mij weerhield. Ergens beneden, ik hoorde het niet maar ik wist het, ergens was iemand die nog meer van mij hield dan ik van haar, iemand wiens rol in mijn leven nog niet uitgespeeld was, die wilde dat ik beneden bleef. Ik daalde neer in de diepste kloof van het continent waar de rotsen alle leven verscheuren, waar de aarde van puur zwaarheid is, waar bodemloze gaten naar peilloze diepten leiden, waarin ik afdaalde in zwarte duisternis. "Ga je mee het centrum van de stad bekijken?" vroeg Maria. "Stad? Konitsa is toch geen stad?" "We zijn in Arta." "Arta? Maar dat is drie uur reizen van Konitsa." "Ja. Kom, ga gezellig mee, Thomas zegt dat het centrum erg leuk is." Beste lezer, Arta is sinaasappel. Ik bedoel, Arta is de hoofdstad van de sinaasappel. Arta staat vol met sinaasappelbomen. Ook de omgeving van Arta staat vol met sinaasappelbomen. De sinaasappelbomen zitten vol met sinaasappelen. Iedereen in Arta heeft sinaasappelbomen. Doordat het aanbod de vraag vele malen overtreft, is de waarde van de sinaasappel in Arta negatief: wie de bewoners van hun sinaasappelen verlost, krijgt geld toe. De sinaasappelen zijn overal in Arta. Wie Arta zegt, zegt eigenlijk sinaasappel, ware het niet dat Arta synoniem is voor sinaasappel. O ja, er is ook een universiteit. Thomas studeert daar sinaasappel. Dat wil zeggen, informatica. Ondersteund door schoonouders, Thomas en Maria ging ik mee de stad in. Het voornaamste dat ik mij herinner is dat er heel veel sinaasappelbomen stonden. We schuifelden met ziekenzaaltred door de gezellige drukke winkelstraat toen ineens een sinaasappel voorbij kwam rollen. De frisse vrucht haalde ons met gemak in en verdween met soepele tred achter een periptero (kiosk). Ik keek eens om ons heen of iemand anders het voorval gezien had, maar niemand besteedde enige aandacht aan de voorbijrollende vrucht. Het was mij niet duidelijk waar de sinaasappel vandaan kwam. Terug in het appartement van Thomas had ik het gevoel dat er iets aan kwam. Ik inspecteerde vast het toilet. "We hebben meer toiletpapier nodig," zei ik. Schoonvader repte zich naar buiten om in de behoefte te voorzien. Toen iedereen zich te slapen had gelegd, brak in mijn buik de revolutie los. Een bruine meute van onsamenhangde samenstelling bestormde de uitgang. "In naam van Bruin, doe open de poort!" klonk het ergens aan de binnenkant van de sluitspier. Ik sprong het bed uit. Het bed kraakte enorm en iedereen in het apartement was wakker. "Niet de deur op slot doen," riep Maria me nog na. De deur van de badkamer had Eleni een week eerder een flink avontuur bezorgd: ze kon de badkamer niet meer verlaten. Ook Thomas kon van buitenaf zijn zus niet bevrijden. Vader kon zich wel voor zijn kop slaan: had hij nou toch maar die deur laten repareren! Thomas moest hals over kop Arta door op zoek naar een slotenmaker om de deur te demonteren: zelfde kosten maar een hoop stress. Hoewel, stress... Eleni zag er prachtig uit toen de deur open ging, had Thomas gezegd. Ze had in de badkamer alle shampoos, zalfjes, poedertjes en alle make up uit haar eigen bagage gebruikt om de tijd te doden. Vermoedelijk had ze zonder klemmende deur net zoveel tijd op de badkamer doorgebracht, uit vrije wil. Ik deed de deur op een zo klein mogelijke kier en ging op de pot zitten. De troepen van Bruin deden met een stormram een aanval op de poort, die weldra bezweek en een eindeloze stroom vieze vloeistof door liet. Een onbeschrijfbare stank werd door een rammelende ventilator afgezogen. "Gaat het?" vroeg Maria aan de andere kant van de deur. "Ga maar weer slapen," zei ik, "ik zit hier nog wel even." Na een onbekende maar lange tijd waagde ik het om naar bed terug te keren. Toen net de slaap intrad begon de tweede stormloop. In een paar sprongen zat ik weer op het toilet en was iedereen wakker van het krakende bed. Ik bracht de nacht meer tijd door op het toilet dan in bed. Het was eigenlijk de moeite niet waard om naar bed te gaan en iedereen wakker te maken. De volgende ochtend moesten we naar Athene, want een paar dagen later zou onze vlucht naar Nederland zijn. Elli had ons uit eigen beweging uitgenodigd, wat wij niet gewend waren. Misschien had het ermee te maken dat het gerucht de ronde deed dat ik alles aan de praat kreeg, van computers tot fietsen, en dat haar nieuwe DVD-speler niet werkte. Ik zag op tegen de busreis van zes uur. Slechts één keer tijdens die rit was er gelegenheid om naar het toilet te gaan, namelijk als de bus op de veerboot van Rio naar Andirio voer. Dan wil iedereen tegelijk naar het toilet, en vormen zich ongeduldige rijen waar ik niet achterin wilde staan. Schoonvader bracht Maria en mij met een taxi naar het busstation van Arta. Daar begon de eerste aanval van de dag. "In naam van Bruin, doe open de poort!" klonk het. "In naam van Bruin, open die poort!" klonk het weer. "Laatste waarschuwing: open die poort!" klonk het. "Okee jongens, kom maar hier met die stormram," ging het verder. "Gaat het? Je gezicht is wit," zei Maria. "Ohhhhhhhhhhhh," antwoordde ik, en mijn lichaamslengte nam af met twintig procent. Maar de poort bleef dicht. De eerste aanval was afgeslagen. We namen afscheid van schoonvader met evcharisto poli en kalo taxidi of veel dank en goede reis. De bus reed weg, eerst langs de huizen van Arta, met sinaasappelbomen in de tuin, met sinaasappelen aan en onder de bomen. Ik heb in die paar minuten meer sinaasappelen gezien dan daarvoor in mijn hele leven bij elkaar. Maar nog veel meer sinaasappels waren er buiten de stad. Zoals wij enorme velden hebben met bloemen, zo stonden daar enorme velden met sinaasappelen. Het zag er oranje tot aan de horizon. Ergens stond een kar vol met minstens acht kuub sinaasappelen, gewoon langs de weg, zonder slot of bewaking. Nog zeker een uur bleven we overal sinaasappelen zien. De tweede aanval van Bruin barstte los. Roekeloze vechters, strijdend voor de vrijheid, niet beseffend welk kil lot hen zou wachten buiten de poort, liepen zich te pletter op de enorme kracht van mijn door stoere fietstochten getrainde bilspieren. "Dan gaan we de boel hierbinnen slopen," riep de aanvoerder van Bruin. "Gaat het? Je gezicht is nog witter dan mijn moeders lakens," zei Maria. Ik dacht maar aan een ding: het toilet, het bevrijdende toilet van de veerboot, waarop ik tijdens de overtocht twintig minuten de tijd had om orde op zaken te stellen. Als ik als een van de eersten een toilet kon bemachtigen. De prachtige busrit van Arta naar Rio kon mij niet bekoren. Hoe schoon zijn hier de bergen, hoe verrassend het landschap, geen moment hetzelfde, langs steile hellingen, langs binnenzeeën en rivieren, door kloven met grotten, door sprookjeachtige stadjes. Maar over dit alles lag een zwarte waas van pijn en een onfrisse warmte van een verrassend sterke januarizon achter gesloten ramen. In deze broeikas voelde ik een fontein van bruine splinters die sneed in de binnenkant van mijn buik. Eindelijk waren we bij de boot. Ik kwam als een van de eersten bij het toilet. Daar was ik al bang voor: niet zitten maar hurken... De moed zonk mij in de schoenen. Ik wist van de nacht dat een uitval van Bruin gepaard ging met een explosie die tot 180 graden zijn sporen achter zou laten. Het was hier onmogelijk om de poort te openen zonder dat mijn schoenen, broek en benen de sporen zouden dragen. Daar kwam nog bij dat de troepen van Bruin de darmflora aan het plunderen waren en op dat moment niet klaarstonden bij de poort. Diep teleurgesteld sloot ik mijn broek weer. Nog drie uur rijden. De chauffer had haast; met doodsverachting stortte hij zich bij inhaalslagen op de middenstrook van de weg, tegenliggers aan de kant intimiderend, uitzichtloze bochten en traag en breed vrachtverkeer negerend. De troepen werden heftig heen en weer geschud en kwamen als vanzelf weer bij de uitgang terecht waar nieuwe aanvallen werden ondernomen; heftiger dan voorheen. Ik herinner mij niet meer of ik het spoorlijntje van Diakopto naar Kalavrita gezien heb. Normaal gesproken maak ik er een sport van om deze te herkennen. Wel heb ik het kanaal van Korinthos gezien. Deze bilspleet van Griekenland had een merkwaardige aantrekkingskracht op de Bruine troepen, die wederom een aanval deden op de uitgang. Half bewusteloos kwam ik in Athene aan. Daar stond de bus in de file. Dat was een mooi staaltje planning van de chauffeur: de hele rit afraggelen om dan des te eerder in de file te staan. Op het busstation moest ik onze 50 kilo bagage naar de taxi-wachtrij zien te slepen. De taxiwachtrij is een mooi staaltje van een mislukte poging tot efficiëntie: tientallen mensen wachten, tientallen taxi's wachten ook, en vooraan de rij mogen de mensen pas in de voorste taxi stappen, na allebei minuten zinloos wachten. Maar toch niet geheel zinloos: de verdeling gebeurt tenminste wel eerlijk. Twee mannen met koffers liepen naar de eerste de beste taxi die achterin de taxiwachtrij aansloot, maar gelukkig waren er agenten die hun ogen niet in hun zak hadden. De twee mannen werden van de taxi weggestuurd. Achter de rij langs liepen de twee slinks naar het begin van de rij, waar de langst wachtenden zich in een taxi mogen begeven. De agenten letten echt goed op. Net toen de twee voorgedrongenen zich op een taxi wilde storten, wees een agent hen terug naar de achterkant van de rij. Ik maakte mij wat breder om onze positie te verdedigen en toen meteen weer snel smaller, want het kriebelde tussen mijn billen. "Wat is Athene toch lelijk," zei Maria tot mijn verbazing. Ze had altijd verkondigd best weer in de enorme stad te willen wonen. "Maar nu ik ben het ontwend," verklaarde ze zich. Hm, als zij van Athene kan ontwennen, misschien zou ik dan aan de stad kunnen wennen... Maar nee, hoewel ik best in Griekenland zou willen wonen, zou ik er niet heen gaan zonder zicht op een baan. Ik keek nog eens uit het raam van de taxi en zag grauwe muren, stoffige ramen, bevlekte brokkelende wegen vol met druk verkeer, alsof ik in een spiegel keek. En eindelijk, na een lijdensweg, kwam daar de bevrijding: het toilet van Elli. Heerlijke uren heb ik er doorgebracht, terwijl de natuur orde in de chaos bracht en de koelte door een klein raampje naar binnen zuchtte. "Hier, neem deze pil," zei Yannis, verpleger van beroep. "Goed tegen diaree." Ik nam de pil en had een heerlijke nacht. Leve de pillen. Elli wilde meer geheugen prikken in haar computer en met zijn allen gingen we naar een winkel. Daar bleek 256 MB SDRAM slechts 34 euro te kosten: dat is ongeveer de halve prijs van in Nederland. Computerhobbyisten, gaat u op vakantie die kant uit, sla dan uw slag. Op weg terug naar huis trapte ik in een hondendrol. Ik dacht altijd dat het in Athene wel meeviel met de hondendrollen, maar kennelijk was mijn aandacht zo verzwakt door de zware reis dat ik net die enkele drol wist te pletten. "Shit!" riep ik wanhopig, "There is shit everywhere! Inside and outside my body!" Elli, Maria en Yannis lachten. Op een muur stond "vrijheid voor iedereen" gekalkt. Ja, riep iets in mijn buik. Vrijheid, ook voor ons. Maar de pil was de baas. Dankzij de geweldige pil van Yannis heb ik de vliegreis goed doorstaan. Ik kon zelfs weer aan het werk op de aangekondigde dag. Ik was weer volledig de oude, dacht ik, behalve dat ik nog wat verzwakt was. Maar vijf dagen later was het weekend nog maar net begonnen... Dit bleek de heftigste aanval van allemaal: het boren van de noord-zuid-lijn bleek in mijn buik plaats te vinden, terwijl Turkse en Russische vliegtuigen vol explosief kerosine er bovenop crashten, en kampioen Barney zijn pijltjes precies in de gevoeligste plek wist te werpen. Ik wist het toilet te bereiken en daarna weet ik even niet meer wat er gebeurde, maar toen ik weer bijkwam lag ik op de vloer. En toen kreunde ik van de pijn, want alle vloed die door de pil tot staan was gebracht, bleek nu in volle vaart op weg naar de uitgang, en trok daarbij diepe agressieve krassen in de darmwand. Ik hees mij overeind, hield mij vast aan de wasbak en zat net op de juiste plek toen de bui losbarstte. Een eindeloze pruttelsmurrie verzamelde zich onder mij, het ging maar door en het ging maar door, eindeloos leek het, totdat ik dacht dat de groeiende slappe berg mijn billen zou raken. Als dat niet gebeurde kwam het doordat de drek onder zijn eigen gewicht in elkaar zakte. Inmiddels gaat het weer ietsje beter. Ik durf weer naar buiten. Bij de supermarkt kent de bedrijfsleider mij al persoonlijk omdat ik hun grootverbruiker van toiletpapier ben. "Gaat het weer een beetje, meneer Swiers?" "Nou, ik ben nog niet de oude," verzucht ik vanachter een karretje vol toiletpapier. "Wat vervelend nou," zegt de man met lichte spot in zijn stem: hij rekent zich alweer rijk. Mijn wraak is zoet. Vlak voordat ik het filiaal verlaat, laat ik een enorme wind.
2003-01-16
15:38
Schoonmoeder trok enkele lappen plastic weg. Daar stond een kleine terreinfiets, met voor Nederlandse begrippen enorm veel tandwielen die allemaal bruin van de roest zagen. Er is iets mis met de ketting, had Thomas gezegd. Nou, dat klopte. Die was ook bruin en op de kunstacademie zouden ze het een "plastische vormstudie" noemen. Bij mij speurtocht naar gereedschap was al gauw de hele familie betrokken. De oogst was voldoende. Na een strijd op leven en dood met vele stukken roestig metaal en enkele emmers vol smeerolie lag de tuin bezaaid met onderdelen. In mijn hand had ik een stukje metaal van 5 mm lang en 1 mm dik. Het was gebroken. En het was essentiëel voor de goede werking van de fiets. In Konitsa is er niemand die fietst. De onderkant van het dorp ligt op 400 meter en de bovenste huizen staan op 800 meter. De gemiddelde helling is 10%, let wel: gemiddeld! In het centrum zou je onmiddelijk zien waar een fietser vandaan kwam: zweet & ademnood = downtown. Maar in Konitsa fietst niemand. Men neemt de auto, en parkeert die midden op straat, omdat de parkeergarage nog steeds niet af is. Ik had dus niet verwacht dat er in Konitsa toch een fietsenwinkel zou zijn. De gloednieuwe winkel bestaat uit een mooie grote frisse schone zaal met achterin een toilet. Er staan 15 terreinfietsen. Achter een bureautje zitten een man en een jonge vrouw. Thomas legde uit dat het Onderdeel vervangen moest worden. "Dat kan," zei de man. "Kom maandag maar terug, dan kan ik meer vertellen." Ik kwam maandag terug. Het Onderdeel was niet los verkrijgbaar. Er moest een Groter Onderdeel komen. "Kom morgen maar terug." Dinsdag was ik er weer. "Blijf even wachten, ik ben zo terug," zei hij, en hij stapte in zijn auto en reed weg. Vijf minuten later kwam hij terug. "Het Onderdeel is er nog niet," zei hij, "maar de koerier is al vertrokken uit Ioannina dus hij is hier over een uurtje." Een uur later was ik terug. "De koerier is er nog niet," zei de man. "hij moet eerst nog langs alle dorpjes op de tussenweg." "Wanneer komt hij dan?" vroeg ik. "Weet ik niet." "Kunt u de familie Karaferis bellen als de fiets klaar is?" "Wat is het nummer?" Hm, goede vraag. "Staat in het telefoonboek," zei ik. "Heb ik niet," zei de man. Weer thuis gekomen maakte ik mijn Griekse lessen om de tijd te doden. "Perimenete to leoforio?" vroeg het boek: wacht u op de bus? "Ochi, perimeno to podhilato," schreef ik: nee, ik wacht op de fiets. "Ga weer naar de winkel, anders is 'ie dicht," zei Maria. "Die man is met alles te laat, vast ook met sluiten..." zei ik cynisch. "Neenee, juist te vroeg! Ga nu!" riepen Thomas en Maria in koor. Dus ik ging weer, in de verwachting de winkel gesloten of zonder Onderdeel aan te treffen. Tot mijn verrassing was de winkel nog open en stond de fiets klaar, met een spiksplinternieuw Onderdeel reeds ingemonteerd. Ook waren twee nieuwe trappers gemonteerd en de remmen en versnelling goed afgesteld. De man bood zijn excuses aan dat het ietsje duurder was geworden dan hij van tevoren geschat had. Ik betaalde het belachelijk lage bedrag zonder klagen en vroeg mij af waar de man nu eigenlijk van leefde. Ik besloot bij wijze van test even de dichtstbijzijnde heuvel op te fietsen. Heerlijk met mijn hemdje wapperend in de frisse berglucht, voorbij de laatste huizen van het dorp, boven de boomgrens, langs rotsen en keien. Aangekomen op de top ging het mobieltje. "Waar ben je?" vroeg Maria. "Ik sta hier naast het kerkje op de heuvel met dat grote kruis," zei ik. "Wat, ben je bij Profitis Ilias? Mama, hij staat op Profitis Ilias!" en de hele familie rende naar buiten met de verrekijker om het bericht op waarheid te checken. Waarlijk, Onno had met het fietsje de berg van 1049 meter beklommen. "O Onno tata tatata ta Profitis Ilias tata me to podhilato!" hoorde ik de familie de volgende dagen zeggen tegen buren, familieleden, priesters, winkelbedienden en aan onbekenden door de telefoon. "Me to podhilato? Alithia?" was het standaardantwoord: met de fiets? echt waar?
2003-01-15
12:09
Onnoot gaat op de 22ste stemmen op Hans van Heijningen van de SP. Die stelt dat de westerse wereld mede verantwoordelijk is voor de problemen in de derde wereld. Onnoot vindt de ongelijke verdeling van geld en middelen in de wereld het allergrootste probleem, en dus wil Onnoot dit graag ietsje hoger op de politieke agenda krijgen.
Verder is Onnoot blij dat de SP ondubbelzinnig nee zegt tegen "preventieve" oorlogen. Niet omdat deze te riskant zou zijn (aldus Femke/GroenLinks) maar gewoon, omdat ze fout zijn.
|