Deze pagina is onderdeel van Onnoot fotogids.
Hier een aantal tips om scherpere foto’s te krijgen. Hieronder worden deze tips verder uitgelegd.
Opmerkelijk genoeg heeft het aantal megapixels er weinig mee te maken.
En onderaan deze pagina een kleine relativering, want er is iets dat belangrijker is dan scherpte, namelijk inhoud.
Ik heb jarenlang met een Tamron 28-200 gefotografeerd. Ik was nooit echt tevreden, maar toen ik met een filmscanner de foto’s eens kritisch bekeek schrok ik van de onscherpte. Voordat ik de Tamron kocht, had ik een Nikon lens die beter beeld gaf.
Mijn Canon Powershot A60 digitale compactcamera maakt scherpe foto’s in de groothoekstand. Maar zodra ik inzoom (factor 3), wordt het beeld duidelijk onscherp. Ik kan zelfs aan de scherpte van een foto zien of hij in telestand genomen is. Mijn zwager die een Powershot A70 heeft gehad, had precies hetzelfde probleem. Het was duidelijk: niet het aantal megapixels was hier het probleem, maar de kwaliteit van de lens.
Zoomobjectieven zijn meestal minder scherp dan objectieven met een vaste brandpuntsafstand. Helaas hebben vaste lenzen op een DSLR een nadeel: bij iedere verwisseling loop je kans dat zich stof op de sensor nestelt. Na een paar maanden met 20 en 50 mm gewerkt te hebben, koos ik uiteindelijk toch voor een zoomlens.
Er zijn tegenwoordig gelukkig veel websites met recensies van lenzen.
Op de Zweedse website Photodo staan scherpte-waardes (MTF) van heel veel objectieven (2=slecht, 3=redelijk, 4=uitstekend). Een absolute must voor wie een lens voor een DSLR wil kopen.
http://photodo.com/nav/prodindex.html
Ken Rockwell heeft een aantal bruikbare aanbevelingen:
http://www.kenrockwell.com/nikon/nikkor.htm
Hier mijn eigen ervaringen:
Bijna iedere lens geeft zijn scherpste beeld als je het diafragma een paar stops dicht draait. Mijn 50mm was op 1.4 niet perfect, maar op 2.8 werden scherpte en contrast merkbaar beter. Bij een dichtgedraaid diafragma wordt er minder van de rand van de lens gebruik gemaakt, waarin de meeste afwijkingen zitten. Het hoogtepunt ligt bij veel lenzen tussen de 4 en 11 (rond de 8 zeg maar).
Behalve dat wordt de scherptediepte groter met een kleiner diafragma. Eventuele fouten bij het scherpstellen worden daardoor meer verdoezeld.
Bij 22 en hoger (afhankelijk van de brandpuntsafstand) worden contrast en scherpte weer minder door diffractie (afbuiging van licht langs de rand van het diafragma). Meer over diffractie: http://www.cambridgeincolour.com/tutorials/diffraction-photography.htm met een heel leuk “visual example” op 2/5 van de pagina, waarbij je kan zien dat de Canon 350D meer last heeft van diffractie dan de Nikon D70, omdat de pixelgrootte van de 350D kleiner is. Het scheelt bijna een stop, hoewel dat in de praktijk nauwelijks te merken zal zijn.
OK, deze tip lag voor de hand... Alleen moet ik bekennen dat ik zelf vrijwel nooit met een statief op stap ga. Hier in Amsterdam moet je je tweemaal bedenken voordat je met een uithangbord “ik heb dure fotospullen bij me!” rondloopt.
Bij kleinbeeldfilm heeft de gevoeligheid invloed op de scherpte. Een gevoelige film heeft meer korrel en is daardoor onscherper. Bij DSLR‘s is het effect anders. Bij het verhogen van de gevoeligheid van een DSLR treedt wel meer beeldruis op, maar de scherpte blijft hetzelfde. Ik heb mijn D70s zo ingesteld dat hij, bij dreigende lange sluitertijden, de gevoeligheid automatisch verhoogt, want ik heb liever wat beeldruis dan een foto met bewegingsonscherpte.